Koffie verkeerd

‘Houden jullie allemaal nou eens voor één keer je bek en luister’, zei ze. Onmiddellijk werd het stil. Veertien paar ogen keken haar aan. Sommige geschokt, anderen geamuseerd, maar de meeste verbaasd. Zelf was ze bijna net zo verbaasd. In de 18 jaar dat ze hier werkte, had er nog nooit iemand naar haar geluisterd. Ze was dat normaal gaan vinden. Soms zei ze iets en praatten anderen door alsof ze niet bestond. Nog vaker wilde ze wel iets zeggen, maar besloot ze het toch maar niet te doen omdat ze bang was dat haar idee of opmerking niet goed of slim genoeg zou zijn.
En er waren de pesterijen: voordringen bij het kopieerapparaat en de koffiemachine, achter haar rug eerder met de lunch beginnen, over haar roddelen, de vervelendste klusjes die altijd op haar bordje terechtkwamen.
Eigenlijk was het allemaal de schuld van haar moeder. Die had haar murw geslagen. Met zichzelf. Als ze vroeger een probleem had en ermee naar haar moeder ging, begon die steevast een monoloog over haar eigen, veel grotere problemen van vroeger en hoe zij die ‘zonder enige hulp van iemand anders’, helemaal op eigen kracht had overwonnen.
Haar moeder had het niet makkelijk gehad. Niet met haar  man, háár vader, die dronk, maar ook haar moeders jeugd was problematisch geweest in een gebroken gezin aan het eind van de Tweede Wereldoorlog en later een stiefvader die zijn ogen en handen maar moeilijk van haar af kon houden.
Ze kon helemaal niets met haar moeders verhalen. Voelde zich erdoor gediskwalificeerd. In het begin sputterde ze nog wat maar later hoorde ze het verplichte nummer telkens lijdzaam aan en raakte er steeds meer van overtuigd dat haar eigen problemen en leven Helemaal Niets Voorstelden. En dus was ze stiller en stiller geworden en had ze nog maar zelden iets te melden.
Op het werk was het net zo. In de felle strijd op leven en promotie die daar gevoerd werd, vond ieder zichzelf een hot-shot en liet dat graag weten. Zij deed daar niet aan mee. Kon het niet. Zij stelde toch niets voor. Anderen konden en wisten het altijd beter.
Tot nu toe dan. Want nu wist zij toch echt beter dan alle aanwezigen waar de rare smaak van de koffie, die iedereen, ook zijzelf, net gedronken had, vandaan kwam. En dat gaf haar eindelijk de autoriteit waar ze stiekem al die tijd naar verlangd had.
Ze ging het ze nu gauw vertellen, zolang iedereen nog bij bewustzijn was.

ton        © snolite 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *