Zij, hen en hun

Zij, ze, hun, hen

In het Nederlands hebben we een aantal persoonlijke voornaamwoorden waartussen het soms lastig kiezen is: zij, ze, hun en hen.

Om op de snelste manier de juiste variant te kunnen kiezen is het handig als je nog een beetje kunt ontleden:

  1. Onderwerp is altijd zij of ze:
    Zij/ze lopen in het bos
  2. Meewerkend voorwerp is altijd hun:
    Ik geef hun een compliment.
  3. Lijdend voorwerp is altijd hen:
    Ik heb hen gezien
  4. Maar na een voorzetsel is het altijd hen:
    Ik vertel het aan hen
    Ik loop tussen hen in
  5. Als je twijfelt (over je ontleedkunst), kun je altijd ze gebruiken: 
    Ik heb het ze gegeven
    Ik heb ze gezien
    Ik heb over ze gedroomd

Tot slot:
Het bezittelijk voornaamwoord is altijd hun:
Dat is hun haan

Voorspelling: Over 10 jaar gebruiken we alleen nog maar ze; dat is veel duidelijker en makkelijker. Tot die tijd: veel sterkte!

ton        © snolite 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *